vakantie burn-out

Zomervakantie, twee jaar later

Het is alweer de derde zomervakantie nadat ik met een burn-out thuis kwam te zitten. Twee jaar geleden schreef ik er voor het eerst over in de blog Help, zomervakantie! en de dag na de vakantie in de blog The day after over de impact die de vakantie op mij had gehad. Vorig jaar schreef ik de blog Help, zomervakantie! Een jaar later. En wat een verschil met nu! En het fijne is dat niet alleen ik dat merk. Ook mensen om mij heen zien een duidelijk verschil en dat sterkt. Want het gaat dan wel stukken beter, ik ben er nog steeds niet helemaal.

Niet terug naar toen

Kijk, helemaal terug naar hoe het was voordat ik ziek werd, dat is niet wat ik wil. Maar ik zou me zo graag weer echt energiek voelen; met een uitgerust gevoel wakker worden, tussen de middag geen dutjes meer hoeven doen, minder ’s avonds vlak na de kinderen naar bed hoeven gaan. Weer wat meer reserves hebben. Niet na een dag met een leuk uitstapje de dag erna gelijk de rekening gepresenteerd krijgen. En niet alleen op energievlak, ook op mentaal vlak zou het fijn zijn weer meer draagkracht te hebben. Ik heb geduld, dat gaat vast komen.

Een ‘echte’ vakantie

Wat is het verschil met vorig jaar? Nou, allereerst een echte vakantie. Op pad, met z’n vieren. In een trekkershut op een plek anderhalf uur van ons huis, zonder escape (vorig jaar zaten we in een huisje vlakbij ons eigen huis zodat ik, wanneer nodig, naar huis zou kunnen om alleen te zijn en die optie voelde veilig). Onze trekkershut is luxe, voor ons doen, want er staat een klein koelkastje in en qua oppervlakte is hij een keer zo groot als een ‘normale’ trekkershut. Op een kleinschalige camping in het waterrijke Friesland. Al was het oorspronkelijke plan deze zomer onze Oostenrijkse vrienden te gaan bezoeken en gooide Corona roet in het eten, we genieten hier ook volop van. Nou ja, ik zal eerlijk zijn, ik geniet niet de hele tijd. Want dat ik er nog niet helemaal weer ben wordt mij af en toe weer even pijnlijk duidelijk.

Zin!

Een groot verschil met voorgaande jaren is dat ik heel veel zin had in deze vakantie. En zin had om dingen te ondernemen. En niet wilde vluchten, hard weg wilde rennen. Want die momenten heb ik zeker ervaren. De jaren hiervoor bleef ik liever thuis of bij het huisje. Niet te veel poespas en vooral de mogelijkheid om te rusten dichtbij. Maar nu vind ik het juist leuk om dingen te ondernemen. Een dagje naar het strand, een bootje huren, op de fiets naar een dorpje in de buurt, naar een museum. Met als gevolg dat ik tegelijk met de kinderen in bed lig ’s avonds en ik regelmatig prikkelbaar en kortaf ben. Argh, ik moet echt nog hele hele hele bewuste keuzes maken. Soms wil ik dat het even weer ‘gewoon’ is. Want juist in de vakantie vind ik het ook zo lekker om even een avondje met mijn #rotsindebranding door te brengen. Even in alle rust tot een goed gesprek te komen, een spelletje doen of gewoon samen zijn  #qualitytime Maar EN-EN is dus nog steeds geen optie.

Loslaten

De afgelopen twee jaar maakte ik me ongerust over de vakantie, hoe het zou gaan, of ik het zou redden, zag ik er tegenop. Deze keer was dat anders. Ik hield me er vooraf niet mee bezig hoe het zou gaan en probeerde ook niet vooruit te plannen. Eerder wilde ik graag van alles vooraf onderzoeken; waar zijn de rustige plekjes om te lunchen of iets te drinken, welke uitjes zijn in de omgeving leuk voor kinderen en voor mij prikkelarm? Ik merk dat ik nu meer in het nu ben, in het moment. Waar heb ik nu zin in? Waar hebben wij nu zin in? Wat kan ik aan? Hoe is het weer? Daar waar ik eerder meer de behoefte had om te weten waar ik aan toe zou zijn kan ik dat nu loslaten en dat geeft ontspanning.

Toch een plan

Natuurlijk hebben we voorafgaand aan de zomerperiode wel een plan gemaakt voor onze niet-vakantie weken. Evi zou 6 weken vrij zijn en Tim 3,5 week (gastouder). Zelf had ik 3 vrije weken gepland en mijn man had er 2. Voor het eerst hebben we in de vakantie gebruik gemaakt van de BSO en daarnaast hebben we mijn zusje en zwager gevraagd een paar dagen op te passen #dankbaar

Vorig jaar konden we in de vakantie een beroep doen op opa’s en oma’s maar dit jaar zat dat er even niet in dus op naar een alternatief plan. Evi naar de BSO laten gaan was even een flinke hobbel. Ik voelde me er schuldig over maar kon dit gelukkig snel ombuigen. Want ik wist zeker dat ik een leukere moeder zou zijn wanneer ik gewoon twee dagen zou kunnen blijven werken aan het opzetten van mijn eigen bedrijf/ zonder kinderen in huis en ook nog een dag ‘tijd voor mezelf’ had. Hoppa, dat is een positieve verandering, zo (snel) om kunnen denken had ik eerder niet gekund. Eerder had iemand anders mij hierop moeten wijzen, nu was het mijn eigen gedachte. Ook ben ik minder streng voor mezelf, dat geeft ook een hoop meer ontspanning. Drie dagen in de week was er rust in huis zodat ik kon blijven werken, dat doen waar ik energie van krijg. En mijn hiermee energie kon behouden voor de onze vakantie die in aantocht was.

Wij als gezin

Ik voel me nu ook weer helemaal onderdeel van het gezin en niet een toeschouwer. Ik doe mee en zit er middenin. Ben weer helemaal moeder. De ontspannen momenten en de stressvollere momomenten. Daar waar mijn man eerder in de basis meer voor de kinderen zorgde deden we dat nu weer samen en dat voelt goed!

Burn-out of moederschap?

Mijn energieniveau is toegenomen, dat is zeker. Maar een echte buffer lijk ik nog niet opgebouwd te hebben. En komt weer die vraag in mijn hoofd omhoog… is dit nog burn-out of is dit gewoon moeder zijn van jonge kinderen? En maakt het wat uit of het nu het ene of het andere is? Hier even over nadenkend is het antwoord voor mij toch ‘ja’. Want ik wil graag dat het weer normaal wordt, ik wil verder zonder de term ‘burn-out’. Eigenlijk had ik die knoop ook al voor mezelf doorgehakt. Starten met het nieuwe ‘normaal’ als ijkpunt. Maar deze vakantie brengt me aan het wankelen. Ben ik al wel zover?

 

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *